Een onderzoek naar presentatievormen
van het kunstenaarsboek.

Het boek op de leestafel. /// Het gesloten archief. /// Het boek in een doos. /// Het open archief. ///
Het boek in de schappen. /// Het boek letterlijk betreden. /// Het boek op de grond onder ijzeren platen.
/// Het boek in een intieme ruimte. /// Het boek als installatie in 2 aangrenzende ruimtes. /// Het boek
in een werkruimte. /// Het boek als object waar je langs loopt. /// Het boek als concept voor een ruimte.

close

deelnemer: Rob Perrée, schrijver en tentoonstellingsmaker [# 01].


Gedachten bij het presenteren van kunstenaarsboeken

De mogelijkheden van een onmogelijk medium

Jaren geleden stuitte ik bij het selecteren van werk voor een tentoonstelling bij toeval op dat van een jonge Amerikaanse kunstenaar. Hij bleek een kleine ruimte in Brooklyn te hebben. In een voormalig fabrieksgebouw. Studio en woning in één. Schilderen was een probleem. Zijn tafel was zijn grootste platte vlak. Hij besloot van de nood een deugd te maken. Hij kocht bij Staples een aantal notebooks. Dikke schriften met harde kaft. Binnenin stevig, ongelinieerd papier. Iedere dag vulde hij een pagina met zijn absurde fantasieën. Geweldige werkjes die het midden hielden tussen een tekening, een schilderij en een collage. Ze refereerden aan opvallende dagelijkse gebeurtenissen binnen en buiten het gebouw. De beeldtaal was ontleend aan de straat en aan illustere voorgangers.

lees verder.verberg content.


Toen ik een aantal van deze boekjes zag wist ik meteen dat ik ze wilde tentoonstellen.
Welke tekeningen wil je tentoonstellen? Dan haal ik ze eruit.
Ik schrok van zijn lakonieke opstelling.
Vind je dat niet zonde dan? Het zijn visuele dagboeken, kunstenaarsboeken eigenlijk.
Hij vond het niet zonde. Met moeite liet hij er zich van overtuigen dat hij ze beter als boek tentoon kon stellen.
Maar dan wil ik dat de bezoekers erin kunnen bladeren.
Dan blijft er niets van over….
Beter kapot gekeken dan niet gezien.
Ze zijn uiteindelijk open en bloot in de tentoonstelling terecht gekomen. Aan een ketting, dat wel.
De bezoekers bekeken ze met meer respect dan ik had verwacht.

Waarom vertel ik deze anecdote?

Toen, in dat raamloze hok in Brooklyn, werd me meer dan ooit duidelijk dat kunstenaars en tentoonstellingsmakers verschillende intenties hebben als het gaat over presenteren van werk. De belangen lopen uiteen en daarmee de tentoonstellingsmethodes.
Dat maakt dit project tot een interessant experiment.

Desondanks wil ik wat uitgangspunten noemen die voor mij als kunstliefhebber, boekenfreak én tentoonstellingsmaker van belang zijn bij het presenteren van kunstenaarsboeken.

  • een boek is geen schilderij of tekening, dus iedere presentatie ervan moet zo dicht mogelijk het karakter, het bijzondere en het aantrekkelijke van het medium benaderen. Een dicht boek in een afgesloten glazen vitrine is de slechtst mogelijke oplossing;
  • bij een boek in oplage zou de kunstenaar ervan uit moeten gaan, dat hij één of meer tentoonstellingsexemplaren achterhoudt. Die mogen uiteindelijk het leven laten, maar dan zijn ze in ieder geval door veel mensen goed bekeken en/of gelezen. In grotere oplage gedrukte boeken moeten niet alleen door iedere bezoeker ter hand kunnen worden genomen, ze moeten tevens ter plekke worden verkocht;
  • een kunstenaarsboek waarbij het concept draait om het verlopen van de tijd of om een samenhangende sequentie van beelden moet zo getoond worden dat het concept zichtbaar is. Als de bezoeker er niet zelf in kan of mag bladeren, dan bestaat er nog altijd de mogelijkheid het bladeren via moderne technieken te simuleren: via een beeldscherm, geprojecteerd op de grond of op de muur etc.
  • een uniek kunstenaarsboek zou ook bladervriendelijk te zien moeten zijn. Er zijn technieken die het omslaan van de pagina’s mogelijk maken, zonder dat de bezoeker er met zijn handen aan komt. Lukt dat niet, dan moet het boek tenminste opengeslagen in een vitrine liggen. Daarbij kan het verhelderend zijn dat die vitrine omgeven wordt door andere werken van de desbetreffende kunstenaar die verwantschap vertonen met het boek. Met die context opent het boek zich zonder te openen;
  • er zijn losbladige kunstenaarsboeken. Die kunnen ingelijst en sequentiegewijs aan de wand worden opgehangen. Het concept van losbladigheid rechtvaardigt een dergelijke ‘losse’ oplossing. Het is ook mogelijk de pagina’s van andere kunstenaarsboeken fotografisch te reproduceren en tegen de muur te hangen. Daarmee wordt het boekidee weliswaar tekort gedaan, maar het is een betere oplossing dan twee pagina’s van een boek onder een afstandelijke glasplaat;
  • ik heb in diverse bibliotheken op aanvraag unieke kunstenaarsboeken bekeken onder toezicht van een medewerker van de bibliotheek. Geen ideale situatie, beetje benauwend zelfs, maar op die manier heb ik wel boekwerken kunnen bewonderen die mij anders nooit onder ogen zouden zijn gekomen. Het is in het algemeen geen slecht idee om kunstenaarsboeken via (openbare) bibliotheken toegankelijk te maken. Een boekenliefhebber komt eerder in een bibliotheek dan in een museum of een galerie;
  • videowerken leidden jarenlang een noodlijdend bestaan omdat ze alleen op een kleine monitor vertoond konden worden. En dat apparaat maakte nog lawaai ook. Een vloek in de museumkerk. Pas toen musea, geholpen door de techniek, ontdekten dat videowerk ook in de vorm van een installatie gepresenteerd kon worden of groot geprojecteerd op één of meer wanden, kon deze kunstvorm een vlucht nemen.
    Wat ik hiermee wil zeggen is, dat bepaalde media, het kunstenaarsboek is er daar één van, vaak bij voorbaat door conservatoren als niet presentabel beschouwd worden, omdat ze zich niet houden aan de codes van het instituut. Omgekeerd redeneren zou heilzamer zijn. Het instituut moet zich aanpassen aan het medium, geholpen door voortschrijdende technieken en door ontwerpers en kunstenaars die kunst vanuit een ander, minder oogklepperig perspectief benaderen;
  • er zijn musea en instituten die alleen maar te maken hebben met boeken en ander geschreven of gedrukt materiaal. Het Letterkundig Museum en Meermanno Westreeniaum in Den Haag bijvoorbeeld. Die zijn daarom gespecialiseerd in het presenteren van boeken. Ze zouden zich meer moeten ontfermen over het kunstenaarsboek of, en dat lijkt meer voor de hand liggend, ze zouden nauwer betrokken moeten worden bij het presenteren ervan in kunstmusea.

Het kunstenaarsboek is een onmogelijk medium omdat het een tegenstrijdigheid in zich draagt. Het is kunst en het is een boek. Een boek moet je vasthouden, van een kunstwerk moet je afblijven. De vraag is of die tegenstrijdigheid een gegeven is of een vooroordeel. Het is altijd de moeite waard om dat te onderzoeken want, hoe onmogelijk ook, het kunstenaarsboek is zonder twijfel een mooi en interessant medium.

Rob Perrée
Brooklyn, april 2009.